Home
Tekstedities
   
Bestellen..
   

Omwille van een gezegend eiland


Het leven van jhr. D.F. van Alphen tot 1816


Derk Jansen
  Uitvoering:
256 blz., geÔll.
gebonden
ISBN:
90-75879-121
Omwille van een gezegend eiland   DaniŽl FranÁois (1774-1840) is de tweede zoon van de bekende kinderdichter Hieronymus van Alphen. Op 17-jarige leeftijd kan hij zich niet langer verenigen met het leven dat de diepgelovige en overbezorgde vader voor hem ziet weggelegd en reist als marinecadet af naar de Indische archipel.

Eenmaal in koloniale dienst getreden wacht hem een gelukkig bestaan, ver weg van het door oorlog geteisterde Europa. Hij brengt het tot plaatsvervangend gezag-hebber van Java's Oosthoek. De Franse invloed in Nederlands-IndiŽ en de komst van maarschalk Daendels maken echter dat Van Alphen besluit 'het gezegend eiland' te verlaten.

Met gemengde gevoelens scheept hij zich in de zomer van 1808 met zijn gezin in om via de Verenigde Staten naar Europa terug te keren. Gedurende de overtocht houdt hij een journaal bij dat integraal is opgenomen. Dit egodocument laat de lezer kennismaken met een man die niet alleen op onderhoudende wijze vertelt wat er aan boord gebeurt, maar ook zijn mening geeft over het leven in de koloniŽn. Ontberingen blijven hem tijdens de reis niet bespaard. Zijn vrouw overlijdt en krijgt een zeemansgraf. Na een verblijf in Baltimore is hij in maart 1809 gedwongen zijn kinderen in Amerika achter te laten.

Terug in Nederland heeft Van Alphen moeite zijn leven weer op te pakken, totdat hij met zijn schoonzuster trouwt. Om de bewonderaars van zijn vader tegemoet te komen geeft hij diens laatste geschriften postuum uit. Zijn antipathie tegen de heerschappij van de Franse keizer leidt ertoe dat hij betrokken raakt bij een diplomatieke missie van oud-IndiŽgangers naar Londen met het doel Java aan Napoleon afhandig te maken. De toekomst van zijn geliefd eiland lag namelijk in handen van de Britse Kroon en de East India Company. Evenmin als het leven van Van Alphen zelf is deze geheime operatie eerder door historici onderzocht.

DaniŽl van Alphen heeft het grootste deel van zijn leven in en nabij Leiden gewoond. In 1814 vestigde hij zich er voorgoed en nam intrek in zijn ouderlijk huis, Breestraat 85. Kort daarna ging hij de gemeente vertegenwoordigen bij de Provinciale Staten van Holland. Tijdens de 'honderd dagen' van Napoleon in 1815 was hij president van de stedelijke militieraad. Vanaf 1817 maakte hij als raad deel uit van het Leidse stadsbestuur. Een jaar later trad hij toe tot de plaatselijke weeskamer. Van Alphen was toen al drie jaar lid van de Tweede Kamer en zou zich doen kennen als specialist op het gebied van de staatshuishoudkunde en vooral de Indische koloniŽn. In 1829 werd hij ten slotte lid van het bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland.

DaniŽl van Alphen behoorde tot de meest vooraanstaande burgers van Leiden. Zijn vader was een aantal jaren raad en pensionaris van de academiestad geweest, voordat hij thesaurier-generaal werd van de Republiek.

Van Alphen en zijn kinderrijke gezin woonden niet permanent in Leiden. In 1822 kocht hij van de familie Meerman de buitenplaats 'Stadwijk' onder Voorschoten. In dit statige landhuis heeft hij vele jaren doorgebracht. Het vormde het decor voor de ontvangsten en logeerpartijen van familie, vrienden en politici op stedelijk en landelijk niveau. 'Stadwijk' bood hem ook een rustige en inspirerende omgeving om te studeren. In september 1840 legde hij zijn geliefde buitenplaats op een tekening vast. Ruim een maand later stierf hij en werd op begraafplaats Groenesteeg begraven.

'Ik heb al eens gedacht: een mensch is in veele opzigten een schip gelijk. Vlak voor de wind is voor geen van beiden het beste. Een schip zeilt beter met een koelte die zoo wat achterlijker als dwars inkoomt, of zooals de zeelui zeggen, bakstaage wind, als dat ze vlak van achteren koomt. Wijl in het eerste geval alle zeilen bij kunnen gezet worden en vlak voor de wind hindert het eene zeil het andere. Gaat het de mensch in alles naar zijn zin, hindert zeker het eene geluk het andere en hij kan onmogelijk alles genieten, moet zeilen minderen en zijn geluk is hem dikwijls tot last. Hoe moeijelijk is het dan niet voor hem om op de regte weg te blijven en zichzelve te bestuuren.'

Deze zinnen schreef DaniŽl van Alphen op 25 september 1808 in zijn reisjournaal. Op dat moment bevond hij zich middenop de Indische oceaan. Het was Van Alphen in de maanden daarvoor niet louter 'voor de wind' gegaan. Vanwege zijn rol bij onderhandelingen met de Britse schout-bij-nacht Edward Pellew, die in december 1807 de restanten van de Nederlandse marine in de Oost wilde vernietigen, raakte Van Alphen begin 1808 in conflict met H.W. Daendels. Deze Fransgezinde gouverneur-generaal haalde flink de bezem door het in zijn ogen door en door verrotte koloniale stelsel zoals zich dat sinds de komst van de VOC op Java had ontwikkeld. Hij ontsloeg Van Alphen op grond van vermeende Britse sympathieŽn Later draaide de landvoogd bij en stelde hij DaniŽl voor weer in dienst te treden. Van Alphen ging hier niet op in. Mede vanwege zijn vrouw, die zielsveel naar Nederland verlangde, koos hij ervoor om naar zijn geboortegrond terug te keren. Deze beslissing was het begin van de meest bewogen periode in zijn leven.

Derk Jansen (geb.1978, Nijmegen) is historicus.
 
    Niet meer verkrijgbaar bij de uitgever
 
 
Uitgeverij Van Gruting
  Albert van Dalsumlaan 613, 3584 HN Utrecht
Telefoon: (+31)(0)30 737 03 40
E-mail: info@vangruting.nl